
Met Paul en Rudolf kwam ik voorspoedig aan in het OC Ontmoetingcentrum te Outrijve waar wij ons niet meer moesten inschrijven, want dat kon alleen vooraf, we namen straks de bus naar een geheime bestemming. We hadden dus tijd de bekenden te begroeten, onze homologatiekaart en een spierzalf in ontvangst te nemen en wat te drinken. Om bijna elf uur liet Francine (een der organisatoren) ons weten dat we een half uur later zouden vertrekken, want door een ongeluk was er file. We hadden dus tijd voor nog een drank, ik at er mijn boterhammen bij en ging dan al mijn voeten insmeren en mijn kousen aantrekken, de schoenen moesten wachten tot ...
Om half twaalf werd
de bagage ingeladen en namen we plaats in de bus. Ik zat bij Dirk,
José en Daniel en vooral de Chatons fantaseerden er op
los: waar zouden wij starten? Om ongeveer 12.45 uur wisten we
het eindelijk: Saint-Amand-les-Eaux, een gemeente in het Franse
Noorderdepartement (regio Nord-Pas-de-Calais) en deel van het
arrondissement Valenciennes. Ook daar was nog tijd om iets te
drinken - wij waren in Frankrijk dus dronk ik Picon-bière,
je moest Luc M. zijn gezicht zien.
Dany (Dwars Door Brakel) kende het natuurlijk al (maar dronk het
daar niet), ook hij had al deel genomen aan Parijs-Tubeke. We
zagen andere wandelaars verzamelen en ik trok dus mijn schoenen
aan, liet mijn sporttas laden. Het was al na enen toen we eindelijk
vertrokken, voorbij allerhande bezienswaardigheden zoals een monument
voor de oorlogshelden. Op weg naar de eerste wagenrust wandelen
we door enkele domeinwouden, zoals die van Raimes-St.-Amand-Wallers
(deze naam kent elke wielerliefhebber van Parijs-Roubaix). In
Fresnes-sur-Escaut viel me een klassiek maar door graffiti besmeurd
gebouw, het vroegere station, het perron is er ook begroeid, wij
volgden wat vroeger een spoorlijn was. In 1835 namelijk gaf een
koninklijk besluit aan de "Compagnie des Mines d'Anzin"
de toelating om twee spoorlijnen aan te leggen: Saint-Waast -
Denain en Denain - Abscon. De opening van de lijn vond plaats
in oktober 1839. De goederendienst en de reizigersdienst verdwenen
in 1963, de lijn zorgde voor de "Fosse Ledoux" te Condé
tot 1984. Langs dat onverhard wandel- en fietspad staat hier en
daar nog een oud verkeerslicht voor de treinen, ook buiten gebruik,
maar ik denk dat ze het uit nostalgie laten staan. In Condé
sur l'Escaut brachten we een uitgebreid bezoek aan het fort van
Vauban. Door nog een domeinwoud kwamen we in Péruwelz,
in België dus. Daar hadden we meteen een mooi zicht op de
Basilique Notre-Dame de Bon-Secours. Via de kerk van Roucourt
en de kapel van Baugnies bereikten we Vaulx. Daar staat het middeleeuws
kasteel een beetje in ruïne, maar wij hadden er gewoon onze
warme maaltijd met soep, hoofdgerecht en chocomousse. Wijn en
plat water stonden ook op tafel. Nadien werd het te donker en
was er ook weinig speciaals te zien tot aan het ontbijt. Wel wat
jammer, want we verpoosden even aan het station van Doornik (gesloten)
en beklommen de Mont St.-Aubert, niet langs de poëtische
trappen, maar langs een smal pad.
Dat ontbijt kregen we in de hoeve D'hollaye in Molenbaix, in een erg mooi kader, maar vooraleer we binnen gingen, vroeg Amedé aan elkeen om niet te hard te praten of te lachen, want de bewoners sliepen reeds. Behalve de kat, die liep daar rond en liet zich gewillig aaien. Via Celles bereikten we de Kluisberg langs Waalse kant, hadden er een laatste wagenrust en bereikten zo voorspoedig het ontmoetingscentrum in Outrijve, nadat we weer een blik wierpen op de Tombeelmolen.
Het was eens te meer
een puike organisatie met een verrassend parcours, een vriendelijke
bediening, lekker eten en drinken (warme choco bij het ontbijt
!!) en afwisselende bevoorrading langs de omloop. We hadden ook
geluk met het weer want behalve een beetje gedruppel bleef het
droog en genoten wij van voldoende zonneschijn. In Outrijve dankten
Francine en Amedé de wandelaars, seingevers en medewerkers,
Paul dankte hen in ons aller naam en ze kregen zowat een staande
ovatie. ![]()