
Ik kwam aan net na Eddy & Luc van De Kadees, trof in de zaal (waarvan nauwelijks de helft voorbehouden werd aan de wandelaars, achter de paravans zagen wij gedekte tafels waar wij nooit een gast zagen aan zitten) meteen Sally, die plaatsen had voorbehouden aan mij en haar clubgenoten (Lucia, Geert, Connie, Frank en Marnik) en Marc uit het Antwerpse. Ze had ook al inschrijvingsformulieren en parcoursbladen op de tafel gelegd, en ik kon me dus meteen inschrijven. Intussen gaf ik aan Paul wat hem toekwam (een Euraudax-doos, zijn diploma en pin van Aktivia - 40.000 km - en een reflecterend vest dat hij in Stembert had laten liggen). Gaandeweg druppelden de deelnemers binnen (ik ben vergeten hoeveel inschrijvingen er waren) en om elf uur konden wij vertrekken, voor de enige lus waar geen reflecterend vest noch zaklamp nodig waren.
Deze lus voerde ons
via Erembodegem en Welle naar Denderleeuw waar we iets eerder
dan voorzien op het Dorp aankwamen. Kort voordien, ik liep net
vooraan de groep, vroeg Paul mij om hem bij Dirk & Anne te
verontschuldigen, door zijn ziekte (nog niet helemaal voorbij)
was hij vergeten hen te verwittigen dat hij op 't Dorp een caférust
had voorzien. Ze schrokken dan ook danig toen ze een 40-tal wandelaars
hun kroeg zagen binnen stuiken. En er zat al een pelotonnetje
fietsers, op één na in de niet-rokerszone van het
café. Ze hadden echter nog hulp van een jonge deerne en
de bediening was als vanouds vlot en vooral vriendelijk. Paul
kwam zelf nog even gedag zeggen en na een klein half uur was het
opstappen geblazen. We gingen dan via de zijkant van de Wellemeersen
naar Pauls huis, waar Marleen al klaar stond met frisdranken,
koffie en vooral warme chocomelk, geholpen door Linda, wier man
Charles later zou komen (hij moest eerst een cursus volgen). Intussen
kwam kleinzoon Jorak van onder het gordijn door het venster kijken
waar zijn liefste opa was. Paul ging hem dan halen, ik kon er
niet aan weerstaan om die kleine kapoen te begroeten en zijn papa,
David, moet opgevangen hebben dat ik naar kleine broer Goran vroeg.
Waarop David mij naar binnen uitnodigde (modder had ik tot dan
toe kunnen vermijden) en zo kon ik het lieve ventje alsook zijn
mama begroeten. Maar we moesten weer verder, terug naar Haaltert
waar ons een bord spirelli met saus werd voorgeschoteld. Intussen
was Annemie aangekomen, zij zou twee lussen mee wandelen (zoals
in december 2008), zo kon zij mee naar Aalst en Aaigem (derde
ronde). ![]()
In Aalst maakten
wij een klein toertje door het stadspark alvorens aan de ingang
van Electrabel wat te drinken en chips te eten. Intussen konden
wij ook Charles begroeten en wat kletsen, o.a. met Christine van
Profondeville, die het op 50 km hield. Paul had een ruim uur stadswandeling
voorzien, langs de Dender (het drijvend clubhuis van de jachthaven
was weer mooi overeind getrokken na de gesprongen waterleiding),
het station (de loketbedienden wisten niet wat ze zagen, zoveel
volk en niemand die een kaartje kocht
),
een van de twee cinema's en zo kwamen we toch nabij de Grote Markt,
waar Paul afsprak om aan het standbeeld van Dirk Martens (de "Zwette
Maan" ziet er anders behoorlijk groen uit) samen te komen
om 19.10 uur. Annemie en ik vonden het gezelschap van de 4 bevriende
Kadees in een café achter het Belfort en we hadden ruim
tijd voor twee drankjes en een bezoek aan het WC. Toen Annemie
en ik er binnen traden, speelde men een "Oilsjters lieke"
gebaseerd op "Toreador" uit Carmen van Bizet, maar het
ging dan over op minder ambiancerijke muziek, zou dat geweest
zijn omdat wij alle twee een sweater met katjes droegen, dat me
kattengejank liet weerklinken? In alle geval, we waren keurig
op tijd om Paul te volgen via nog enkele commerciële straten
en Nieuwerkerken naar Haaltert. Daar stond het dessert al op tafel,
en JP zei dat het wellicht zou sneeuwen, 't was eens geen rijstpap
doch chocomousse, maar daar kon ik ook meer dan perfect mee leven.
Doch eerst werd er lekkere soep gelepeld, gevolgd door een bord
met twee bollen puree (zat daar wat groente in?) met twee flinke
braadworsten en een zee van saus. Aan onze tafel was Frank de
enige die zijn bord leeg kreeg, zelfs ik moest forfait geven,
en een groot stuk van de tweede worst laten liggen. Dan liever
die chocomousse. ![]()
Via Mere gingen we nu naar Aaigem, dorp van o.a. Jan De Wilde (maar die laat zich nooit zien als er zelfs maar één wandelaar zijn dorp doorkruist). Niet lang voor we het kerkplein bereikten, reed ons een toeterende auto voorbij, het was Annemie's favoriete Okapi-supporter, Mark, die even later Marleen en Charles hielp bij de bevoorrading, door met de mand koekjes de wandelaars op te wachten. We bleven daar enige tijd en namen toen (tijdelijk) afscheid van Marleen en Charles en van Mark, om naar de volgende bevoorrading te gaan. Maar hier had Paul ons een serieuze verrassing voorbereid, een geheel nieuw stuk parcours, langs een paar deelgemeenten van Herzele (Sint-Antelinks, Woubrechtegem en Sint-Lievens-Esse) om dan langszij Nederhasselt en via de gewestweg Heldergem te bereiken, onderweg werd ons een helling van 8% voor de voeten geschoven. Met de gesloten frituur in zicht, gingen Annemie, Maaike en ik ons achter een geparkeerde bus verstoppen (mannen hebben het toch gemakkelijk, hé...). We verlosten Marleen en Charles dan van wat drank en spijs om dan na een vijftal minuutjes terug te keren naar Haaltert, via Landlede (gehucht van Heldergem, of van Kerksken?) en Kerksken zelf. Intussen was het al begonnen met vriezen en hier en daar waren wat ijzelplekken te vermijden. Voor zover ik weet lukte dat tijdens deze lus voor iedereen ook.
Terug in de startzaal was ons ontbijt al klaar: wit en bruin brood, kaas en ham, jam in potjes; alleen op koffie (of thee) moesten we wat wachten, en even later kwam de waard nog met hardgekookte eieren. We namen dan afscheid van Annemie en vertrokken even later voor de laatste lus, via Mere naar Bambrugge (de bevoorrading stond achter de kerk, zoals vorig jaar, en dus niet meer op een tankstation). Via Aaigem (de andere richting als tijdens de derde lus) en Mere bereikten wij de Topmolen, veel top maar niks molen, daar staat nu een villa op het hoogste punt van Haaltert. En daar verpoosden wij even bij een drankje en een knabbel alvorens de laatste 9 km aan te vatten. Paul had ook hier een alternatief stukje gevonden, maar we kwamen dan ook, als voorgeschreven, binnen de 20 uur, zijnde net voor 7 uur, in Ede terug aan. Deze keer was het niet iedereen gelukt rechtop te blijven op de ijzelplekken, Willy S. gleed onderuit op een stukje straat waar de linkerkant beschadigd was (er kunnen dus plassen staan) en werd, met enige moeite (net vanwege die grote ijsplek) overeind geholpen door Hardy, een van de twee Denen (de andere was Knud).
Deze keer had Paul geen enkele trofee uit te rijken, maar hij liet natuurlijk niet na de talrijke seingevers te danken, alsook Marleen en Charles (zij kregen een welgemeend applaus van de wandelaars). En zo zit mijn tweede 100-km-tocht er voor dit jaar alweer op (niet geheel toevallig een Euraudax-tocht). Het was een leuke wandeling, vooral gezien het nieuwe stuk van de derde toer, maar ook omdat Paul zo veel als mogelijk op zeker speelde gezien het weerbeeld van de laatste weken. Dat de straten en soms zelfs de stoepen niet geheel ijsvrij waren, kan hij natuurlijk niet helpen. Ik weet dus (nog) niet hoeveel wandelaars er waren, maar dat De Sportvrienden, na De Kadees, het best vertegenwoordigd waren, is een feit: Paul zelf, Guy, ik, Kris (Guy's broer) voor 50 km, Maurice, Clement, Lieve, Petrus en Marcel voor 25 km.
Edit: op 26 januari
vernam ik van Dirk en van Kim dat er 127 wandelaars waren ingeschreven
voor alle afstanden, waarvan 61 wandelaars
op de 100 km.