
Bij aankomst in het
Parochiezaal Ons Huis aan De Ham te Kester wachtte ik even tot
de dag aan 't krieken ging om het parcours van 16 km te volgen,
en dit naar Pepingen, naar de rustpost dat twee jaar geleden als
startplaats diende voor deze tocht. Deze keer was het loket gesloten
en werd aan een andere tafel afgestempeld en consumptiebonnen
verkocht. Tot dan was er niet echt veel te fotograferen, al passeerde
ik Geiling, en de Kerkhoek, langs rustige veld- en verharde wegen.
Na de controlestempel ging ik verder langs Blokkes, Manebroek,
Geynsberg en Kestergat. Daar staat De poort naar Kester, bestaand
uit een kasteel, hoven, gronden, en behorend, zoals heel het grondgebied
van Pepingen, aan de heren van Edingen. Wegens geldmoeilijkheden
is deze heerlijkheid in openbare veiling te koop aangeboden in
1671 en in het bezit gekomen van de familie van der Dussen. Kestergat
en Beringen (= weide der wilde varkens) werden in 1820 bij Pepingen
gegevoegd. Op geestelijk vlak behoorden de gemeenten Beert, Bogaarden,
Bellingen en Pepingen tot het bisdom Kamerijk (in 't Frans Cambrai).
In deze gemeenten was er ook een belangrijke aanwezigheid van
stevenisten (volgelingen van priester Cornelis Stevens, die vóór
het concordaat van 15 juli 1801 vicaris-generaal van het bisdom
Namen was) aan, een katholieke afscheuring. Zij hebben hun kerk
in het naburige Leerbeek. Van de rustpost net vóór
dit kasteel tot het eindpunt had ik nog 2,5 km te wandelen, en
op iets meer dan een kilometer kreeg ik een jonge, zwarte kat
in het oog, dat blijkbaar aasde op de aandacht van de passanten.
Van mij kon dat katje zeker wat aandacht krijgen en zelfs poseren
op de foto. ![]()
Het was een mooie (vooral vanaf de rustpost van Pepingen) en rustige omloop langs bevroren veldwegen, een bospad en verharde wegen. Het weer was koud maar droog, doch wel bewolkt. Volgens welingelichte bronnen telde men 1428 wandelaars, waarvan 48 Sportvrienden.