
Samen met Paul kwam ik zeer voorspoedig aan in het Parochiehuis. Gaandeweg druppelde iedereen binnen en na begroetingen, wat drank en de nodige voorbereidingen konden we vertrekken. Tegen dan was ik uitermate aangenaam verrast door de goede vertegenwoordiging van WSV De Sportvrienden vzw, we startten met 13 leden (Paul, broers Guy en Kris, Chris, Johan, Fons, Marcel, Arthur, Lieve, Maurice, Clement, Bruno en ik)!
Om elf uur vertrokken we dus voor de eerste van de vier lussen, al heeft niet iedereen zich voor de grootste afstand ingeschreven. De eerste lus leidde via Denderleeuw (Wellemeersen) en Erembodegem naar de Osbroek in Aalst. Het centrum van de stad van mijn dromen werd deze keer niet bezocht, wel het Stadspark en dus de Osbroek. Aan de eerste wagenrust, deze keer onder de brug van de autosnelweg, trakteerde baankapitein André met champagne (of alternatieve frisdranken) op zijn 39ste huwelijksverjaardag. Santé, Erna en André, en doe er nog vele bij, hé ! De derde eerde ik met Dirk B "op zijn Deens" (zoals we dat kennen van op de Heirwegwandeling Sleeswijk-Viborg), intussen had André al voor vertrek gefloten. Bij de tweede wagenrust mocht elk zich twee open belegde broodjes nemen, er waren er met gehakt en met kaas. Nog een achttal kilometer scheidden ons van de spaghetti en van Annemie die ons vereerde met haar gezelschap tijdens de tweede lus.
Deze leidde naar
Strijtem, via Pamel-Roosdaal en Liedekerke waar mij de lokale
schrijfwijze van deze plaatsnaam bij een voetbalveld opviel. Tijdens
deze lus deed de warme chocolademelk zijn intrede op de wagenrusten,
en daar konden Annemie en ik meer dan perfect mee leven!
Nog 7,5 km scheidden ons van de
warme maaltijd en we namen node afscheid van Annemie (en enkele
anderen). Doordat intussen de avond was ingevallen en Mario's
voorspelling van veel regen zal blijken uit te zullen komen, was
't dan ook gedaan met fotograferen...
Lus drie voerde
ons naar Essene via enkele deelgemeenten van Ternat en inderdaad,
de regenkappen konden opgezet worden en de regenschermen ingezet,
het was uit met de lol. Ook al omdat André geen onverharde
paden schuwde en met de regenval van de laatste paar dagen en
ook de activiteiten van de lokale agrarische leveranciers moesten
we soms flink opletten om geen uitschuiver te maken. Zo bleek
later, toen we aan het ontbijt waren, dat zowel Paul als Luc (alias
Viking) in een diepe plas trapten zodat ze tot hun knieën
doornat waren. De naamgenoot van de Viking (ook al met een bijnaam
opgezadeld, zijnde Waterslaegers
)
vertelde na de wandeling dat hij zowaar gevallen was: enkel een
smalle middenberm was min of meer, maar vooral "min",
begaanbaar, hij schoof uit en dook in een plas. Tijdens de rust
voor het ontbijt, verwisselde ik van wandelbroek, liet de sweater
achterwege (zweten deed ik helemaal niet ondanks de winterregenjas)
en verving deze door de fleece jas.
De laatste lus ging
naar Nieuwerkerken via Denderleeuw en Haaltert, we gingen terug
via Terjoden. Ook tijdens deze lus bleef het regenen al hield
het na een half uur toch even op. Het was echter gortig genoeg
om Danny zich luidop te laten afvragen wat we die hierboven wel
hebben aangedaan om zoiets te verdienen?
Enfin, na nog wat regenbuien in de Iddergemse kouter konden we
eindelijk onze natte spullen uittrekken en eens heftig uitblazen.
Behalve André zelf dan en Paul als ondervoorzitter van
Euraudax België, om de wandelaars, de medewerkers (in zaal
en onderweg), het Rode Kruis en zeker ook de seingevers te danken.
Er waren 6 Gouden Arenden uit te reiken, een Audax-Schelp was
al gegeven en Kim kreeg een speciaal aandenken omdat hij intussen
al een tiende Audax-Schelp had behaald. Nadien riep André
de tombolanummers af, Fernand en ik wisselden om want hij won
een gids en hij kent geen Nederlands.
Er waren 124 wandelaars, een ruime 70 kozen voor 100 km, het weer was dus goed tijdens de eerste twee lussen en enerverend slecht tijdens de laatste twee. Er werd nadien gemopperd over de nachtelijke omloop die op zekere plaatsen te gevaarlijk was voor 's nachts. Je moet een baankapitein natuurlijk de vrijheid laten, maar niets weerhoudt hem vanzelfsprekend om zelf te kiezen voor veilige, verharde wegen. Zou het aan het weer liggen dat er drie opgevers waren? Tijdens de eerste drie lussen werd ik herinnerd aan mijn eigen organisatie van juni vorig jaar, omdat enkele stukken ook op André's parcours voorkwamen. Zo wist ik meteen dat het knuppelpad in de Wellemeersen intussen dan toch hersteld is... In alle geval heb ik de laatst nodige homologatiekaart voor mijn vijfde Gouden Arend verdiend, resten mij nog twee tochten van elk 75 km.