
Samen met Paul kwam ik zeer voorspoedig aan in het Ontmoetingscentrum. Gaandeweg druppelde iedereen binnen en we konden vertrekken.
Om elf uur vertrokken we dus voor de eerste van de vijf (jawel!) lussen, al heeft niet iedereen zich voor de grootste afstand ingeschreven. Juist omdat het deze keer ook in lussen ging, in plaats van 100 km met eventueel een lus ervoor en/of erna, konden we wat meer uitkijken naar de Tombeelmolen, herbouwd in 1923, waar dat ontmoetingscentrum zeer dichtbij gelegen is. De Tombeelmolen dankt zijn naam aan de tombeel (molendam of hoogte) waarop hij is gebouwd. De molen te Outrijve is niet alleen het enige bewaarde exemplaar in de Scheldevallei. Als jongste bakstenen molen van Vlaanderen maakt hij ook de brug tussen de eeuwenlange houten molentraditie en het gebruik van moderne materialen zoals ijzer.
Tijdens de eerste
lus, met een wagenrust en een caférust (achteraan het café
was nog een zaaltje, waar ongeveer de helft van de deelnemers
ging zitten) bezochten we het Kluisbos. Daar zagen we nogal wat
wegwijzertjes van de Klijpetocht, een puike organisatie van De
Chatons (club van Dirk en Lucien, José was van dienst in
een controlepost en dus afwezig te Outrijve). Dirk wees me ineens
op een wandelaar enkele honderden meters verder en even later
zag Dennis hoe Annemie en Mark de voorbijgaande wandelaars gadesloeg.
Ik bleef dan bij hen kletsen tot de laatste wandelaars ons bereikten,
en nam dan vlug afscheid. Wat later, toen we terug gingen naar
Outrijve, stond Rudy S. met enkele Klijpestappers te babbelen,
bij 't passeren vroeg ik hen of 't nog ver was. ![]()
In het ontmoetingscentrum stond voor elk bonnetje een bord penne (pasta) met bolognesesaus klaar, door te spoelen met water of rosé wijn of iets zelf te halen en betalen. De tweede lus was wat platter, maar daarom niet minder mooi want we kregen opnieuw enkele natuurlijke paden te bewandelen. In plaats van aan de Klijpetocht, dacht ik nu meermaals aan de Superaudax, in mei vorig jaar georganiseerd door Euraudax Avelgem, zoals aan het café van ex-Rode Duivel Filip De Smet, daar is een parking nabij waar vorig jaar een wagenrust werd gehouden. Paul vertelde dan van de Prairietocht, ook van Euraudax Avelgem over een afstand van 25 km (om de datum te kunnen houden), dat daar nadien serieus werd "nagetafeld".
Ook tijdens de derde lus, na de warme maaltijd van drie gangen (lekkere groentensoep, gestoomde sneden varkensvlees met champignonsaus, aardappelen en, zelf op te scheppen, erwten en sla met tomaten en vinaigrettensaus, als dessert een ijshoorntje, daarbij water en/of rode wijn), die Tiegem en Otegem aandeed, moest ik aan de Superaudax denken want de helling van Tiegem ligt naast het Sint-Arnolduspark waar we vorig jaar door wandelden. Terug in Outrijve waren we al over halfweg, en daar konden we allemaal perfect mee leven, denk ik. Het was intussen al donker geworden en dus was het voor een tijdje gedaan met foto's nemen. Na de hotdog met ketchup of (straffe!) mosterd, welk ik "afkoelde" met een trappist, bezochten we Rugge (met wat industrie) en Avelgem city. Terug in Outrijve kregen we ons ontbijt: koffie, thee of warme chocomelk, wit, bruin of rozijnenbrood, chocopasta of jam, kaas en ham en eerst nog een kroesje fruitsap.
Voor de vijfde en laatste lus ging het naar Wallonië met drie wagenrusten en nog een "bezoek" aan het Kluisbos, of moet ik nu zeggen Mont de l'Ecluse? Intussen was het gedaan met het goede weer, het regende, dan weer even niet, dan weer wel... Drie wagenrusten, dus ene in Amougies, ene Mont de l'Ecluse zelf (nog tijdens de afdaling), en ene in Escanaffles. Dit was eigenlijk voorzien in Orroir, maar wegens de regen had de organisatie gelukkig kunnen uitwijken naar een overdekt deel van een speelplaats van een school. Hier trakteerde Monique op haar 10de Gouden Arend met champagne, alternatieven en knabbels. Hartelijk gefeliciteerd met deze puike prestatie, Monique !!
Na een krap half uurtje waren we terug in Outrijve, waar werd overgegaan tot de gebruikelijke mededelingen, zoals dankzeggingen aan de organisatie, de medewerkers, de seingevers (vier plus Eddy als laatste man) en de wandelaars. Verder 8 Gouden Arenden (een Audax-schelp was na de tweede lus al uitgereikt), zoals dus de tiende van Monique.
Ondanks het lussenwerk was de wandeling boeiend en afwisselend, het weer op zaterdag was goed, maar op zondag niet zo. Op de site van Aktivia lees ik dat er 122 deelnemers waren (niet allemaal op 125 km, vanzelfsprekend, zo had Monique genoeg aan 100 km).