1987 – Skanès (bij Monastir, Tunesië)

De architectuur in Andalusië had mij nieuwsgierig gemaakt, en ik had een rondreis geboekt, gevolgd door een kustvakantie. Die rondreis telde in totaal zowat 2.200 km, met een daggemiddelde van ongeveer 300 km.

Rondrit:

El Jem: Romeins amfitheater, wat gebouwd werd van 230 tot 238 n.C. onder Giordanus I, door 130.000 berberslaven. Een deel was toen gereconstrueerd, een ander was meer vervallen doordat tijdens WO II ernaast een bom insloeg; een legende spreekt van schorpioenen die in het amphitheater bij voedselgebrek niet konden overleven en de bevolking stenen van het colosseum meenam om hun huizen mee te bouwen.

Maharès: valt op door de inktvisvangst en het merkelijk verschil tussen eb en vloed, wat elders aan de Middellandse Zee niet is. 80% van de olijfgaarden is privé-bezit, de resterende 20% is rond Sfax en biedt de beste olijven. In La Skhira wint men de enige Tunesische aardolie.

Matmata: dit bestaat uit twee delen: oud en nieuw Matmata. Dit nieuwe stadsdeel is gesubsidieerd door de staat (zoals 14 andere dorpen). Oud-Matmata ligt in het Matmata-gebergte, een deel van het Atlasgebergte, op 420 m hoogte. Waren daar niet de holwoningen, men zou zich in Andalusië wanen, bij het beschouwen van het maanlandschap. Na het middagmaal (brik, couscous en amandelkoeken) bezochten we een holwoning, volgens de gids een van de minst primitieve. De kamers worden voor meerdere doeleinden gebruikt. In een ervan is slaapgelegenheid voor 5, waar wij er misschien twee zouden te slapen leggen. Holwoningen zoals deze werden gebouwd tussen de 14e en de 17e Eeuw.

Gabès: de grootste de oase van het land per koets. Oases zijn steeds bezit van de inwoners van de stad waartoe ze behoren. Er staan 300.000 dadelpalmen waaronder fruitbomen groeien en daaronder dan weer groenten, tabak en henna. Na wat uitleg stelde de koetsrijder me voor om op de bok te zitten, zo had ik een denderend uitzicht.

Mednine: via Mareth, waar we het hoofdkantoor van Generaal Rommel zagen (een wit huisje). De Mareth-linie werd in 1939 door de Fransen aangelegd om de Duitsers, vanuit Zuid-Tunesië komende, te stoppen, wat dus mislukte. Tussen Mareth en Koutine, waar plat water gebotteld wordt, hadden we een controlepost, dit is het bewijs dat we Libië naderden. Mednine staat vol ghorfa’s, wat dus de trekpleister is, ik heb er eens op het dak van een ervan gestaan om een goed uitzicht te hebben. De meeste ghorfa’s waren toen al souvenirwinkels en de uitbaters waren er dus als de kippen bij om hun waar aan de man/vrouw te brengen, als ’t moet met enige opdringerigheid…

Zarzis: de Romeinse brug is 6354 km lang en werd gebouwd in 87 n.C. door Titus.

Jerba: telde toen 70.000 inwoners, in Guellala leven 3000 families van de pottenbak, we bezochten een dergelijke winkel waar een demonstratie gehouden werd. Op weg naar Houmt Souk, de hoofdplaats, passeerden we Erriadh, een jodenparochie met Tunesiës enige synagoge. In Houmt Souk werd middagpauze gehouden, met enkele andere Vlamingen zocht ik de Spaans Fort op, dat in de 15e Eeuw onder Karel V gebouwd werd. Omdat er entree gevraagd werd en de tijd bemeten was, gingen we er niet binnen. In Ajim namen we de ferry, welk we na nauwelijks een half uur in Jorfa verlieten.

El Hamma: de weekmarkt, hoewel die stad ook een kuurplaats is voor reumalijders. Op de weg naar Douz, legde de gids uit dat er twee woestijnsoorten zijn: zandwoestijn (de Sahara) en rotswoestijn, zoals rond Kibili (waar de chauffeur overigens een oude man meenam tot in Douz). In Saidane staat een fort dat nu een kazerne is maar vroeger voor de Touaregs, kamelendrijvers, de laatste controlepost vóór Libië was. In dat gehucht is ook een warmwaterbron, 52°C. In het Tebarkagebergte leven woestijnvossen, gazellen jakhalzen en reptielen, deze bergketen loopt van Algerije tot Gabès.

Nabij Douz (volg de link naar Nefta, het staat eronder verklaard) huurden we een tulband en kleed en elkeen koos zich een dromedaris uit, er stonden ook koetsen, maar dat hadden we al eens. De eerste dromedaris wachtte niet tot ik goed en wel gezeten was, dus gleed ik over zijn achterwerk het zand in. Ik toog dan maar naar een ander, williger beest. Zo trok de bende dan via de oase de woestijn in. Daar werd gepauzeerd, gedronken en gefotografeerd. Na het middagmaal reden we verder door het Chott el Jerid, dat een goeie 300 op 100 km is en uit 3 chotts bestaat: Chott el Fedjadj, Chott el Jerid en Chott el Rharsa. De weg waarop we reden was toen 4 jaar oud, eerder kon dat zoutmeer enkel per landrover en met een gids overgestoken worden vanwege het drijfzand. Rond de middag konden we een fata morgana zien, het effect van de weerkaatsing van de zonnestralen op de vlakte. Aan weerzijden van de weg “liep” een rivier, het was eerder stilstaand water. Er werd namelijk zand weggenomen om de weg te maken en doordat deze plek beneden de zeespiegel ligt, was er toen water bovengekomen. Links van ons was dat water eerder blauw, rechts rood en hier zat dan meer zout. We stopten aan een woestijncafé, sommigen dronken wat, enkelen kochten zandrozen.

Tozeur: daar vielen me meteen de voorgevels van sommige huizen op: door een andere schikking van de bakstenen, was een zeker motief zichtbaar, werkelijk origineel. Die berbermotieven werden oorspronkelijk tegen boze geesten aangebracht, ook in omheiningen, maar nu meer voor de versiering. In Tozeur bezochten we de Zoo du Désert Tijani, waar we ook vergast werden op enkele trucjes met sommige dieren als een beer, dromedaris, reptielen.

Nefta: de oase La Corbeille en de folkloreshow. Nefta is de heilige stad van Zuid-Tunesië omwille van de ongeveer 100 marabouts.

Op doorrit passeerden we een nomadennederzetting, toen de chauffeur extra traag reed, konden de bewoners dat niet speciaal op prijs stellen, de reizigers des te meer. Deze nomaden wonen in tenten en verhuizen als er geen dierenvoer meer is. Dan heb je andere nomaden met huizen, die verhuizen omwille van de oogst.

Sbeitla: in de 1e Eeuw v.C. gesticht onder de naam Sufétula de ruïnes getuigen er nog van. Van de triomfboog, 29 m hoog, liep de hoofdstraat naar het forum. Het theater bood plaats aan 2500 toeschouwers. De thermen, ofwel baden, waren onderverdeeld in winter- en zomerbaden, mannen- en vrouwenbaden, en in warm, lauw en koud water. De mooie mozaïeken die er gevonden zijn, werden meestal naar het Bardomuseum in Tunis overgebracht. Het forum is de marktplaats en is 37 op 39 m. De 3 tempels waren gewijd aan 3 goden: Juno, Jupiter en Minerva. Het doopvont van de Vitaliskerk is mooi bewaard op zijn plaats.

Godentempels

Kairouan: gesticht in 669 door Okba Ibn Nafâa, die twee jaar later de Grote Moskee liet bouwen. Kairouan was ’s lands hoofdstad van de 7e tot de 13e Eeuw, dan werd het Tunis. Het is de vierde heilige stad van de islam, na Mekka, Medina en Jeruzalem. In 1986 telde het 100.000 zielen. We bezochten de Grote Moskee en de Barbiermoskee, hiervoor dienden we onze kledij aan te passen. In de gebedszaal, waar we niet in mochten (noch mogen), zagen we de mirab, het oudste en heiligste deel van de moskee, hier houdt men de koran in bewaring. De gebedszaal biedt plaats aan 2500 gelovigen die enkel op vrijdag (hun “zondag” als biddag) volgens hun geslacht gescheiden worden. De koran houdt 5 geboden in: (1) er is slechts één god, Allah, (2) Mohammed is zijn profeet, (3) elke gelovige moet een bedevaart naar Mekka houden (of vier naar Kairouan voor de Tunesiërs), (4) er moet vijf keer per dag gebeden worden en (5) de ramadan moet gerespecteerd worden. We gingen dan naar de Barbiermoskee, die merkelijk kleiner maar daarom niet minder mooi is dan de Grote Moskee. Hier mogen we wel in de gebedszaal, omdat anders de rest niet kan bezocht worden. Het plafond is in gips met Andalusische motieven bewerkt en de mozaïek komt uit Nabeul. Deze fraaie gevels hebben vier kleuren: wit, blauw, groen en geel. De volgende halte was een tapijtwinkel, waar toeristen, zoals ik, ook een stukje konden aan bijdragen.

Grote Moskee van Kairouan Grote Moskee van Kairouan

Tunis: De St.-Lodewijkkathedraal (bezochten we niet) is opgedragen aan Koning Lodewijk van Frankrijk die in de 13e Eeuw aan de pest stierf en bekend was om zijn bedevaarten. We bezochten wel het Bardomuseum, wat oorspronkelijk een paleis van de dorpsbei was, het werd gebouwd in 1881 en als museum ingericht in 1888. Een van de ruimtes was voor de vier officiële vrouwen van de bei (monogamie werd wet onder Bourguiba in 1957), in een andere grotere ruimte bracht zijn harem (ongeveer 30 vrouwen) het meeste van de tijd door. Ons werden vooral de mooie mozaïeken getoond, de grootste komt uit Sousse, de mooiste uit Dougga. Om deze kunstwerken over te brengen, kleeft men de stukjes op gips en vervoert ze in grote delen.

In Carthago bezochten we de thermen van Antonius Pios. Carthago betekent “nieuwe stad” en loopt langs 6 km kust. Bourguiba had er één van zijn buitenverblijven. Carthago werd gesticht in 814 v.C. door prinses Alisa, die te weten kwam dat haar broer een aanslag op haar bestelde omdat hij Fenicië (nu ongeveer Jordanië) niet met haar wou delen. De stad werd drie keer verwoest en herbouwd: (1) tijdens de Poenisische Oorlog (46 v.C.), (2) door de Vandalen (436 n.C.) en (3) door de Arabieren (17e Eeuw n.C.).

Sidi Bou Said: waar huizen in Andalusische stijl gebouwd zijn: witte muren, blauwe balkons en deuren, heel mooi.

Monastir: eerst een folkloristische dans, dan de nieuwe moskee. Die moskee van Bourguiba heeft op het binnenplein een paar leeuwen zoals die in Granada. Ook het Alhambra bezocht, zeker? Na wat vrij te spenderen tijd, gingen we naar de ribat, een versterkt fort waar soldaten, die tegen de Byzantijnen vochten, gelegerd waren. In dit fort werd “Trois quarts d’heure avant J. Christ” opgenomen, zoals trouwens rond oud-Matmata “Star Wars”. Zonder gids werden we op de ribat losgelaten, van in de toren kon ik het mooiste zicht niet fotograferen, vanwege de stand van de zon.

Koppelingen:

Carthago: http://www.tourismtunisia.com/togo/carthage/carthage.html

El Jem: http://www.tourismtunisia.com/togo/eljem/eljem.html

Jerba: http://www.tourismtunisia.com/togo/jerba/jerba.html

Matmata: http://www.tourismtunisia.com/togo/matmata/matmata.html

Monastir: http://www.tourismtunisia.com/togo/monastir/monastir.html

Nefta: http://www.tourismtunisia.com/togo/nefta/nefta.html

Sidi Bou Said: http://www.tourismtunisia.com/togo/sidibousaid/sidibou.html

Tozeur: http://www.tourismtunisia.com/togo/tozeur/tozeur.html

Tunis: http://www.tourismtunisia.com/togo/tunis/tunis.html